Alleen maar kijken, niet kopen

Onlangs was ik een weekendje op de boer kamperen. Lekker dicht bij huis, in de gemeente Dinkelland. En als je dan toch maar vier kilometer van Nordhorn zit, is een bezoekje aan onze Duitse buren natuurlijk snel gemaakt.

Nordhorn is een leuke stad. Veel water, gezellige straatjes en terrasjes in overvloed. En winkels. Dat laatste is voor mij niet geheel onbelangrijk, want ik heb een zwak voor mooie leren tassen.

Dus toen ik een winkel met leren tassen zag, was ik binnen voordat mijn gezelschap goed en wel doorhad dat ik weg was.

Bij binnenkomst zag ik een verkoopster die net een Nederlands gezin met kinderen uitliet. Ze hadden kennelijk niets gekocht. De deur was nog maar nauwelijks dicht of ze kwam, zichtbaar mopperend, op mij af.

“Holländer. Nur gucken, nicht kaufen.”  Hollanders. Alleen maar kijken, niet kopen.

Ik dacht even dat ze een grapje maakte en begon te lachen.  Fout.  Ze keek me bloedserieus aan. “Je kunt wel lachen”, ging ze verder, “maar er komen hier veel te veel Hollanders. Straks blijft er voor ons niets meer over.” Dat was een interessante binnenkomer voor iemand die op het punt stond misschien iets in haar winkel te kopen.

Maar ze was nog niet klaar.

Ze pakte haar telefoon en liet me een foto zien van lege schappen bij de DM-drogist. Ook dat was volgens haar het werk van Nederlanders. Die kwamen massaal de grens over, kochten de winkels leeg en gingen daarna weer vrolijk terug naar huis.

En toen kwamen de huizen.  Haar dochter kon geen woning krijgen, vertelde ze, omdat Nederlanders de huizen in Duitsland zouden overbieden en opkopen.  Ik probeerde de grensoverschrijdende betrekkingen nog enigszins te herstellen.

Ik vertelde haar dat wij vroeger in Nederland precies hetzelfde over de Duitsers zeiden. Die kwamen bij ons massaal koffie kopen en reden vervolgens met volgeladen auto’s weer richting Heimat. En, voegde ik eraan toe: “We zijn toch allemaal Europeanen?”   Ook dat argument maakte weinig indruk.

Daar stond ik dan.

Een Nederlander in een Duitse tassenwinkel, inmiddels persoonlijk verantwoordelijk voor lege drogisterijen, onbetaalbare Duitse woningen en waarschijnlijk nog een aantal andere grensoverschrijdende problemen waar ik tot dat moment geen weet van had. Normaal gesproken zou ik vriendelijk “Danke schön” hebben gezegd en de winkel uit zijn gelopen.

Die tas was mooi, niet alleen mooi, maar ook precies het goede formaat en ontzettend praktisch. Zo’n tas waarvan je jezelf binnen enkele minuten hebt overtuigd dat je hem eigenlijk al jaren nodig hebt.

En toen ontstond er een serieus dilemma.

Als ik de tas kocht, bevestigde ik misschien haar grootste angst: alweer een Hollander die iets uit Duitsland meenam waardoor er minder voor de Duitsers overbleef.  Maar als ik hem níét kocht, had ze bij het verlaten van de winkel natuurlijk gelijk:

“Holländer. Nur gucken, nicht kaufen.”

Ik heb nog even naar de tas gekeken.  Toen naar de verkoopster.  Toen weer naar de tas.

Soms is Europese samenwerking ingewikkelder dan ze in Brussel denken.

En die tas?

Tja…  Een mens moet af en toe iets doen voor de Nederlands-Duitse handelsbetrekkingen.

Avatar foto
AUTEUR

Martin Meijer

Martin Meijer is voorzitter van Hallo Losser. Hij combineert ervaring in bestuur en communicatie met een passie voor de gemeenschap, waar hij zich inzet voor openheid, samenwerking en betrokken journalistiek.

Scroll naar boven