Burgerforum heeft een brief geschreven aan de provincie Overijssel waarin Burgerforum haar zorgen uitspreekt over de manier waarop omgegaan wordt met ingediende zienswijzen.
De zienswijzennota bij de nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening telt maar liefst 842 pagina’s en laat zien dat veel inwoners, gemeenten en organisaties hun zorgen hebben geuit. Volgens Burgerforum worden deze zienswijzen vaak wel geregistreerd, maar inhoudelijk vooral juridisch afgehandeld. Veel reacties worden afgewezen met argumenten dat ze niet binnen de verordening passen of pas in een latere fase thuishoren.
Opvallend is dat dezelfde zorgen steeds terugkomen, zoals gezondheid, leefbaarheid en mogelijke schade. Toch leiden deze signalen zelden tot aanpassing van het beleid. Daardoor dreigt participatie volgens Burgerforum een formaliteit te worden. Burgerforum roept Provinciale Staten op kritisch te kijken naar hoe zienswijzen worden verwerkt, zodat inspraak van inwoners daadwerkelijk invloed kan hebben op beleid en het vertrouwen in de overheid behouden blijft.
Brief Burgerforum
Geachte leden van Gedeputeerde Staten en Provinciale Staten,
Zienswijzen zijn geen formaliteit, maar een toetssteen voor vertrouwen Wie de zienswijzennota bij de nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening leest – een document van maar liefst 842 pagina’s – ziet hoeveel reacties er zijn ingediend. Inwoners, gemeenten en organisaties hebben uitgebreid gebruikgemaakt van hun recht om zorgen en voorstellen naar voren te brengen. Dat is precies zoals participatie bedoeld is. Tegelijkertijd zegt die omvang ook iets over de aard van het onderwerp en de breedte van de zorgen die in de samenleving leven.
Bij het lezen bekruipt ons een gevoel van herkenning. Niet alleen bij deze nota, maar ook bij eerdere dossiers. Steeds vaker lijkt dezelfde werkwijze terug te keren: zienswijzen worden zorgvuldig geregistreerd, maar inhoudelijk vooral juridisch afgehandeld.
De beantwoording volgt een herkenbaar patroon. Veel zienswijzen eindigen met formuleringen als: “past niet binnen de Omgevingsverordening”, “hoort thuis in de projectfase” of “de wet laat hiervoor geen ruimte”. Juridisch kan dat correct zijn, maar inhoudelijk werkt het zelden door in het beleid. Wie meerdere zienswijzennota’s naast elkaar legt, ziet dat dit geen uitzondering meer is, maar een terugkerende lijn.
Opvallend is bovendien dat de inhoud van de zienswijzen vaak sterk overeenkomt. Gezondheid, leefbaarheid, schade en cumulatie van effecten komen telkens terug. Dat zijn geen losse meningen, maar structurele zorgen die in verschillende gebieden en bij uiteenlopende projecten leven. Toch worden deze signalen zelden benut om het beleid zelf ter discussie te stellen. In plaats daarvan worden ze doorgeschoven naar latere besluitmomenten, wanneer de beleidsruimte feitelijk al beperkt is.
Gezondheid wordt in de Omgevingsvisie gepresenteerd als een belangrijk uitgangspunt. Maar wanneer inwoners vragen om concrete normen en duidelijke grenzen, blijkt de verordening ineens “niet de juiste plek”. Dat patroon zien we inmiddels vaker terug.
Hetzelfde geldt voor schadecompensatie. De provincie volgt de wettelijke systematiek: schade wordt achteraf beoordeeld en inwoners moeten zelf aantonen wat hen is overkomen.
Dat standpunt wordt consequent vastgehouden, ongeacht de zorgen die daarover worden geuit. Daarmee wordt het risico structureel bij inwoners gelegd, terwijl zij geen regie hebben over de ontwikkelingen die hun leefomgeving veranderen.
De anonieme verwerking van zienswijzen versterkt dit beeld. Door reacties los van hun herkomst te behandelen, verdwijnt het zicht op de breedte en samenhang van de zorgen. Wat in werkelijkheid een duidelijk maatschappelijk signaal is, leest in de nota als een verzameling losse opmerkingen.
Dit alles wijst op een bestuurlijke cultuur waarin juridische houdbaarheid en procesbeheersing leidend zijn geworden. Het lijkt minder te gaan om de inhoud van de zienswijzen dan om het feit dát de gelegenheid tot inspraak is geboden. Zo dreigt participatie te verworden tot een formaliteit: een pakket papier dat aan het dossier wordt toegevoegd en vervolgens in het archief belandt. Inspraak wordt dan netjes georganiseerd, maar heeft – op enkele tekstuele wijzigingen na – nauwelijks invloed op de uiteindelijke keuzes.
Juist daarom vinden wij het belangrijk deze ontwikkeling te benoemen. Zienswijzen zouden geen eindstation moeten zijn, maar een moment van heroverweging. Niet alles kan worden overgenomen, dat is begrijpelijk. Maar als vrijwel alles standaard wordt afgewezen, moet de vraag worden gesteld wat de werkelijke waarde van inspraak nog is.
Wij roepen u als Provinciale Staten daarom op om kritisch te kijken naar de manier waarop zienswijzen in dit proces zijn verwerkt en om het college te vragen hoe signalen uit de samenleving daadwerkelijk kunnen doorwerken in beleid. Participatie heeft alleen betekenis wanneer de inbreng van inwoners ook zichtbaar kan leiden tot aanpassing of heroverweging van keuzes.
Uiteindelijk gaat het niet om procedures of documenten, maar om vertrouwen. En vertrouwen vraagt om meer dan een juridisch correct antwoord.
Met vriendelijke groet,
Harold Sligman, fractievoorzitter
Burgerforum Losser
i.o. Lies ter Haa




