De Martinustoren

De Martinustoren

De Martinustoren, in het midden van het oude dorpsplein, eens kerktoren van de kerk, heeft een lange historie. Hier leest u over de geschiedenis van deze toren.

De Martinustoren is het enige bouwkundige monument dat nog herinnert aan de oude Sint Martinuskerk.

De parochie Losser is in zijn oudste vorm een kapel geweest die bediend werd vanuit Oldenzaal. In een pandbrief uit 1352 aan de bisschop van Utrecht, waarbij de Hof van Losser verpand werd aan de graaf van Solms, wordt Losser al aangeduid als ‘kerspel’. De veldtocht van prins Maurits in oktober 1597 bracht Twente onder Staats gezag, met als gevolg de invoering van de ‘gereformeerde’ godsdienst. Op 23 mei 1598 kreeg Losser zijn eerste predikant maar pas in 1626 kwam de kerk definitief in handen van de ‘gereformeerden’ en moesten de katholieken hun heil elders zoeken (zelfs tot over de grens).

In de tijd van de Bataafse Republiek (vanaf 1795) veranderde er in Nederland heel veel. Eén van die veranderingen was de scheiding van kerk en staat. Tot die tijd was de gereformeerde religie de staatsgodsdienst. Lange tijd was het zelfs zo dat rooms-katholieke kerkdiensten verboden waren. Op 14 maart 1809, in de Franse tijd, bepaalde koning Lodewijk Napoleon dat de oude kerk weer teruggegeven moest worden aan de rooms-katholieken, omdat zij in Losser, zoals in geheel Noord-Oost Twente, in de meerderheid waren.

Deze ‘Restitutie’ vond plaats op 1 januari 1810. Er waren jarenlange schermutselingen aan vooraf-gegaan. ‘Schermutselingen’ die nog heel lang de verhouding tussen protestanten en katholieken in Losser hebben beïnvloed.

De kerk werd, na 1810, verschillende keren vergroot maar voldeed uiteindelijk niet meer. Na de bouw van de (nieuwe) H. Maria Geboortekerk werd de oude kerk in 1904 afgebroken. De toren, die in 1810 eigendom was geworden van de gemeente, bleef echter staan.

De Martinustoren
Het exacte bouwjaar van de toren is niet bekend, maar ligt vermoedelijk in de 14e of 15e eeuw.

De 22 meter hoge toren is opgetrokken uit baksteen met toepassing van Bentheimer of Gildehauser zandsteen voor plinten en andere constructieve delen. De fundering rust gedeeltelijk op grote veldkeien. Aan de bouw is te zien dat het een verdedigingstoren is geweest. Aan de oostgevel van de toren zijn zowel de profielen van de oorspronkelijke kerk nog te zien als die van na de uitbreiding van 1887.

Vermoedelijk heeft de toren vóór de brand van 1665 (veroorzaakt door de troepen van Bernhard von Galen, de vorst-bisschop van Münster) een trapgevel gehad. Dit vermoeden steunt op het gegeven dat nagenoeg alle torens, van dit model en dezelfde periode, in het aangrenzende Münsterland, gesierd zijn met trapgevels.

De contouren van de afgebroken kerk zijn aangebracht in het plaveisel van het omliggende Martinusplein.

Het interieur van de toren
Op de begane grond is een kleine expositie ingericht van foto’s en voorwerpen uit de geschiedenis van kerk en toren. Hier zijn ook restanten zichtbaar van een kruisribgewelf, dat ontdekt is bij de restauratie van de toren in 1954.

Op de eerste zolder bevindt zich de uurwerkkast met het handgesmede uurwerk uit 1666. Al bijna 350 jaar zorgt dit solide werkstuk ervoor dat Losser bij de tijd blijft. De wijzerplaat telde tot 1954 slechts één wijzer. De juiste tijd vaststellen luisterde toen nog niet zo nauw: men keek niet op een minuut meer of minder. Naast de uurwerkkast bevindt zich een opening, nu afgesloten door een deur, waardoor men vroeger de gewelven van de kerk kon betreden.

Aan de muren van de uurwerkzolder hangen nog enkele relieken uit het verleden, te weten: de uurwerkwijzer die van 1666 tot 1954 de tijd aangaf, de twee houten katrollen die de zandstenen gewichten torsten, die van 1666 tot 1962 het uurwerk draaiende hielden, en het smeedijzeren kruis met windvaan, dat tot de afbraak van de kerk in 1904 de nok van het gebouw sierde.

Een verdieping hoger is de klokkenzolder, waar in eikenhouten klokkenstoelen drie klokken van de beroemde Elzasser klokkengieter Jan Fremy hangen.

De klokken- en de uurwerkzolder zijn zgn. rooster-zolders. Dat zijn zolders met ruime openingen tussen de vloerplanken. Hierdoor kunnen de trillingen bij het luiden van de klokken een betere uitweg vinden en wordt de klank van de klokken minder geïsoleerd. De hoogste zolder wordt alleen gebruikt voor het uitsteken van de vlag op feestdagen.

De klokken
Brandklok De oudste klok is in 1666 gegoten, weegt 725 kg en heeft een middellijn van 105 cm. Het is de zgn. brandklok, die vroeger bij brand geluid werd. Deze klok draagt het volgende opschrift:

VT LOSSERANUS VIVENTES CONVOCO PUESU SIC MULTOS ETIAM IN DOMINO PLANGO MORIENTES (Zoals ik door mijn luiden de levenden in Losser samenroep zo beween ik de velen die in de Heer sterven). en Theo DorVs Froen MInIster IesV ChrIstI est In Losser (Theodorus Froen dienaar van Christus in Losser; in de Latijnse tekst is het jaartal 1666 te lezen).

Aan de ene zijde is een kruis afgebeeld en het jaartal 1666. Aan de andere zijde staat een madonna met kind en nog de tekst:

IF ME FECIT (Jan Fremy heeft mij gemaakt).

Kinderklok
De kleine of kinderklok is in 1667 gegoten, heeft een middellijn van 86 cm en weegt 370 kg. Deze klok draagt het volgende opschrift:
OMNIBUS OFFERTUR DIVINI GRATIA VERBI ILLID QUE RETINET CORDE BEATUS ERIT (Allen wordt de genade van het goddelijk woord geboden. Hij die het in zijn hart bewaart zal zalig worden).
en
ChrIstVs est saLVator MVnDI (Christus is de redder – Verlosser – der wereld); in de Latijnse tekst is het jaartal 1667 te lezen).

Middagklok
De grote of middagklok is niet in 1676 gegoten, zoals op de klok staat, maar in 1667. Hij heeft een middellijn van 121 cm en weegt 940 kg. Het opschrift op deze klok luidt:
VIVO TIBI MORIORQUE TIBI DULCISSIME JESU MORTUUS ET VIVUS SUM MANEOQUE TUUS: ESTO MEMOR VITAE MORIENS BENE SIC MORIERIS ESTO MEMOR MORTIS VIVENS ET SIC BENE VIVIES CONVOCO VIVENTES PULSU PLANGO MORIENTES (Ik leef voor u en sterf voor u, allerliefste Jezus. Dood en levend ben ik en blijf ik de Uwe. Wees het leven gedachtig bij uw sterven dan zult gij een goede dood hebben. Wees de dood gedachtig tijdens uw leven, dan zult ge goed leven. Ik roep de levenden samen met mijn luiden, ik beween de stervenden).

Op de klok staat ook onderstaande afbeelding die door de Protestantse Gemeente Losser sedert 1930 weer als kerkzegel gebruikt wordt.

Sinds 1991 hangen van de brandklok en de kinderklok duplicaten in de toren. De originelen zijn nog te bezichtigen in de hal van het gemeentehuis.

Kijk voor meer informatie over de geschiedenis van Losser op: www.historischekringlosser.nl

Auteur: Jack Scholtens
Scroll naar boven
Ga naar de inhoud